10 tips voor sporten met diabetes

Met of zonder diabetes: sporten en bewegen is goed voor iedereen. Zowel voor uw fysieke als mentale gezondheid. Sporten heeft een positief effect op uw humeur, bloedcirculatie, ademhaling, spieren en gewrichten. Als u diabetes heeft, kunt u bij inspanning extra maatregelen nemen. Lees onze 10 tips voor sporten met diabetes!
  1. Eet voor het sporten iets waar u energie van krijgt. 
    Door voor het sporten te eten, vult u uw energie aan en stijgt uw bloedsuikerspiegel. Kleine gezonde snacks voor tussendoor zijn een juiste keuze. Kies zoveel mogelijk voor langzame koolhydraten. Langzame koolhydraten zorgen er namelijk voor dat er steeds een beetje suiker wordt afgegeven. Denk bijvoorbeeld aan een energiereep of -drank met volkoren ingrediënten zoals havervlokken.

  2. Meet uw bloedsuiker
    Door uw bloedsuikerspiegel te meten, krijgt u inzicht in uw waarden en houdt u zelf controle. Zo weet u hoe uw lichaam op verschillende sporten reageert en kunt u op tijd op uw bloedsuikerspiegel reageren. Meet bijvoorbeeld uw glucosegehalte met de CareSens N Premier meter met bijbehorende teststrips en uitwisselbaar lancet voor de prikpen. Heeft u een te lage waarde? Eet dan eerst voldoende koolhydraten. Is uw waarde te hoog? Vraag uzelf dan af of het verstandig is om te gaan sporten.

  3. Pas uw insuline of strategie aan op uw training
    Gaat u het liefst wandelen, fietsen of zwemmen? Houd er dan rekening mee dat deze inspanningen zorgen voor een verlaging van uw bloedglucosewaarden. Intensieve intervaltrainingen of krachttrainingen zorgen daarentegen juist voor een verhoging. Vervolgens kunt u uw strategie hierop aanpassen.

  4. Informeer uw teamgenoten of instructeur
    Zijn uw teamgenoten of instructeurs al op de hoogte van uw situatie? Vertel over diabetes en wat zij kunnen doen als u hypo heeft. Een te lage bloedsuikerspiegel heet hypoglykemie, of kort gezegd hypo. Het is belangrijk dat omstanders snel handelen als u bijvoorbeeld flauwvalt. Geef aan dat u tijdens een hypo snelle suikers nodig heeft, zoals dextro of limonade en dat u dit altijd in uw sporttas heeft zitten. Lees meer over wat te doen bij een hypo.

  5. Overleg met uw arts of diabetesverpleegkundige over aanpassingen in voeding en insuline bij het sporten
    Overleg altijd met uw huisart of diabetesverpleegkundige over eventuele aanpassingen in voeding en insuline bij het sporten. Schrijf alvast een paar vragen op voordat u naar een afspraak gaat. En bedenk: geen enkele vraag is fout. Hoe meer u weet, hoe beter de zorgverlener u kan helpen en hoe sneller u zorgeloos kunt gaan sporten.

  6. Neem ‘snelle suikers’ mee voor tijdens het sporten
    Met snelle suikers bedoelen we sportdrank of druivensuiker tabletten. Deze soort suikers zorgen ervoor dat u stabiel blijft bij een lage bloedsuikerwaarde. Wanneer u last heeft van een hypo zullen deze suikers snel in uw bloed worden opgenomen. Andere producten waarin snelle suikers zitten:
    - banaan
    - smoothies met fruit
    - vruchtensap
    - zoet beleg
    - honing

  7. Meet na het sporten uw bloedsuiker.
    Meet juist ook in de uren na het sporten uw bloedsuikergehalte. Uw lichaam blijft gevoelig voor insuline en moet de gebruikte voorraden weer aanvullen. Weet u niet wat u kunt doen om u bloedsuikerspiegel onder controle te houden? Lees deze 6 tips om uw bloedsuikerspiegel op peil te houden.

  8. Laat u adviseren door een diabetesdeskundige
    Wilt u starten met sporten of meer weten over sporten met diabetes? Laat u adviseren door een diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner. Zij denken met u mee en geven advies, bijvoorbeeld met welke waarden u beter niet kunt gaan sporten.

  9. Beweeg elke dag een half uur
    Dagelijks een half uur beweging heeft een positief effect op uw bloedglucosespiegel. Ook wordt de insuline in uw lichaam goed gebruikt. Hierdoor heeft u mogelijk minder insuline nodig. En last but not least: een gezonde en actieve levensstijl vermindert de kans op hart- en vaatziekten.

  10. Regelmatige controle bij een diabetesdeskundige
    Voorkomen is beter dan genezen. Plan daarom ook regelmatig een controle in bij uw diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner. Onderwerpen die eventueel worden besproken zijn: bloedsuiker, gewicht, levensstijl en bloeddruk. Als u tussendoor vragen heeft, kunt u deze alvast opschrijven voor de opkomende controle.