Diabetesmateriaal

< terug naar diabetes

Er zijn diabetesmaterialen om uw bloedglucose te meten en diabetesmaterialen om insuline toe te dienen. Bloedglucose wordt ook wel bloedsuiker genoemd.

Diabetesmaterialen om uw bloedsuiker te meten

  • Prikpen
    Een prikpen gebruikt u om een druppel bloed uit uw vinger te prikken. Dit wordt ook wel de ‘vingerprik’ genoemd. Deze bloeddruppel gebruikt u om uw bloedsuiker te meten. U gebruikt de prikpen in combinatie met lancetten.
  • Lancetten
    Lancetten zijn kleine naaldjes die u in de bijbehorende prikpen doet. Daarna spant u de prikpen en plaatst deze op uw vinger. Dan prikt u met de lancet in uw vinger om een bloeddruppel op te wekken.
  • Veiligheidslancetten
    Veiligheidslancetten zijn lancetten die extra bescherming geven. Veiligheidslancetten worden aangeraden als iemand anders de vingerprik uitvoert: een zorgverlener of mantelzorger. Veiligheidslancetten zorgen ervoor dat de ander zich niet kan prikken aan uw lancet. Veiligheidslancetten zitten in een beschermend omhulsel met een dop. Zo hoeft er geen los naaldje in de prikpen geplaatst te worden. Het naaldje komt vanzelf vrij uit het omhulsel zodra de dop eraf wordt afgedraaid.
  • Teststrips
    Teststrips nemen de bloeddruppel van uw vingerprik op. Daarna stopt u de teststrip in een bloedglucosemeter. Zo meet u de hoogte van uw bloedsuiker.
  • Bloedglucosemeter
    Een bloedglucosemeter is een apparaat waarmee u uw bloedsuikerwaarde kunt meten. In de bloedglucosemeter stopt u een teststrip met uw bloeddruppel.

 

Diabetesmaterialen om insuline in te spuiten

  • Insulinepen
    Een insulinepen is een soort injectiespuit waarmee u uzelf insuline kunt toedienen. De insulinepen heeft een knopje om de juiste dosis insuline in te stellen. Er zijn twee soorten insulinepennen:

    • Voorgevulde insulinepennen bevatten één dosis insuline. Ze zijn bedoeld voor eenmalig gebruik. Na gebruik is de pen leeg en gooit u ‘m weg.
    • Losse (navulbare) insulinepennen kunt u steeds opnieuw gebruiken. Hier moet u zelf steeds een ampul met insuline in plaatsen.
  • Pennaalden
    Pennaalden zijn dunne naalden die u op de insulinepen draait. Daarna kunt u de insuline inspuiten in uw lichaam.
  • Veiligheidspennaalden

    Veiligheidspennaalden zijn pennaalden met een dubbele bescherming. Veiligheidspennaalden worden aangeraden als iemand anders de insuline bij u inspuit: een zorgverlener of mantelzorger. Veiligheidspennaalden zorgen ervoor dat de ander zich niet kan prikken aan uw pennaald.

  • Insulinepomp

    Een insulinepomp is een klein apparaatje dat de hele dag door regelmatig (kortwerkende) insuline afgeeft. Dat gebeurt via een naaldje in de huid van uw buik. Dit naaldje is met een slangetje verbonden aan de insulinepomp.

  • Naaldencontainers

    Naaldencontainers zijn kunststof afvalbakjes voor gebruikte pennaalden en lancetten. Naaldencontainers worden beschouwd als chemisch afval. U kunt ze inleveren bij uw BENU Apotheek of bij een speciaal inleverpunt.

< terug naar diabetes